Algemeen

Ga aan de slag met het meest besproken onderwerp van de dag: het weer. Wat voor soorten weer heb je, hoe kun je het meten en hoe kunnen we voorspellen wat het morgen voor weer wordt?

Met deze lesbrief en de Museon-les in de zaal Hoogland/ Laagland van het Museon krijgen de leerlingen antwoorden op deze en nog veel meer vragen.

 

Doel van de lesbrief

Deze lesbrief is bedoeld ter voorbereiding op en verwerking van de les 'Weer of geen weer' (groep 5 en 6) van het Museon.

Het geeft verschillende klassikale voorbereidings- en verwerkingsmogelijkheden voor de leerlingen. Daarnaast is er informatie met foto's van wat de leerlingen in het Museon gaan doen en meemaken. Leuk om alvast op school een indruk te geven!

Deze lesbrief kan op het Digibord getoond worden. U kunt de leerlingen stukjes laten voorlezen of er zelf informatie uit halen en dat verder aan de leerlingen vertellen. De afbeeldingen, filmpjes en opdrachten zijn geschikt om met de hele klas te bekijken of te maken.

 

Er zijn ook voorbereidings- en verwerkingsmogelijkheden voor de leerlingen zelf.

Individule voorbereiding: http://lessen.museon.nl/voorbereiding_weerofgeenweer

Individuele verwerking: http://lessen.museon.nl/verwerking_weerofgeenweer

Structuur van de lesbrief

1. Voorbereiding

In dit onderdeel staan de verschillende klassikale voorbereidingsmogelijkheden. U vindt hier ideeën om het onderwerp 'weer' in de klas te introduceren. De begrippen die in de museumles aan bod komen vindt u ook hier, zodat de leerlingen er alvast kennis mee kunnen maken.

2. In het Museon

Hier wordt kort verteld wat de leerlingen gaan doen tijdens de les in het Museon en wat het doel van de Museon-les is.

3. Verwerking

In dit onderdeel staan suggesties aangeven voor klassikale verwerking op school van de museumles. Dit kan zijn in de vorm van opdrachten, knutselideeën of een complete projectweek die in de klas kan worden gehouden. Voor ieder wat wils.

4. Leessuggesties

Hier vindt u een aantal suggesties voor boeken over het onderwerp 'weer'. Leuk voor de leerlingen om te lezen of voor de leerkracht om voor te lezen in de klas.

5. Links

In dit onderdeel staat een aantal websites genoemd die verdere informatie over het onderwerp van de Museon-les geven.

 

Inhoud museumles

Wordt het zonnig, bewolkt, droog, regenachtig, snikheet of ijskoud? In ons land wordt heel veel over het weer gepraat. We hebben dan ook heel afwisselend weer. De ene dag regent het pijpenstelen, de volgende dag is het veel te koud voor de tijd van het jaar en weer een dag later kun je zonder jas naar buiten. Hoe komt het eigenlijk dat elke dag anders is?

Wij willen graag weten wat voor weer het wordt. Maar hoe ontstaan wind en neerslag eigenlijk? Wat zegt een wolk over het weer? Hoe komt het dat we niet elke dag hetzelfde weer hebben? Hoe ontstaat wind eigenlijk? En hoe weten we wat voor weer het morgen wordt? Zou het niet veel leuker zijn als elke dag de zon zou schijnen? Wie is er nou blij met regen?

Deze en andere vragen worden in het Museon beantwoord met behulp van proefjes en fotomateriaal. En natuurlijk gaan de leerlingen het weer zelf onderzoeken. Aan het eind van de les gaan ze daarvoor naar buiten.

Voorbereiding

Klassikaal

Met de volgende drie paragrafen kunt u de leerlingen klassikaal voorbereiden op de museumles 'Weer of geen weer'.

In de eerste paragraaf kunt u met de leerlingen een woordweb maken. Zo kunnen de leerlingen brainstormen over alle facetten die horen bij het weer.

In de tweede paragraaf gaat het over lucht. Met een aantal leuke proefjes maken de leerlingen kennis met het begrip luchtdruk.

In de derde paragraaf gaat het over het ervaren van de weersomstandigheden. Door met de leerlingen buiten, bijvoorbeeld in de pauze, een aantal simpele proefjes te doen kunnen leerlingen verschillende weersomstandigheden ontdekken.

Individueel

U kunt de leerlingen ook zelfstandig deze voorbereiding laten doornemen. Hiervoor is een aparte lesmodule gemaakt. Klik hiervoor op onderstaande link.

Voorbereiding weer of geen weer

 

Woordweb

Als voorbereiding kunnen de leerlingen in een onderwijsleergesprek een woordweb uitwerken. Midden op het bord komt het woord ‘Weer’ te staan. Vervolgens bespreekt u welke andere begrippen er bij het weer horen. Dit kan aan de hand van de volgende vragen:

  1. Wat kunnen we van het weer meten? (Wind, temperatuur, neerslag, luchtdruk en luchtvochtigheid)
  2. Welke meetinstrumenten gebruiken we hiervoor? (Bijvoorbeeld thermometer, barometer)
  3. Met welke meeteenheden meten deze instrumenten? (Bijvoorbeeld graden Celcius)
  4. Welke weersverschijnselen kennen jullie? (Bijvoorbeeld: wolken, orkaan, regenboog)

Hieronder is een voorbeeld weergegeven. Dit kan natuurlijk nog verder worden uitgebreid.

wordweb.jpg

Lucht

Weer en lucht

Wat hebben weer en lucht met elkaar te maken? Nou, dat is heel simpel. Het weer speelt zich af in de lucht. Dus als je iets van het weer wil weten zul je iets van lucht moeten weten. Daarom gaan we het nu hebben over lucht.

Lucht is overal om ons heen. Boven je, onder je, naast je en zelfs in je.

Is de lucht nu overal ook het zelfde? Om dat uit te zoeken gaan we de lucht in ons lichaam gebruiken. We gaan namelijk een proefje met een ballon doen.

 

De ballonproef

Ga als volgt te werk:

1) Pak een lege ballon en probeer de binnenkant van de ballon te bekijken.

Filmpje met uitleg

2) Blaas nu de ballon op. Je gaat nu dus de lucht van je lichaam in de ballon stoppen. Houdt vervolgens het tuitje met je vingers dicht.

3) Laat nu het tuitje los.

 

Na de ballonproef kunt U een leuk proefje met een ballonraket doen (zie 'extra opdracht' rechts).

Ook kunt u het effect van lage druk laten zien met de extra opdracht van het imploderende blikje.

Weer ervaren

Naar buiten toe

Samen met de leerlingen kun je buiten op het schoolplein al een hoop ervaringen opdoen met het weer. Probeer op een half bewolkte dag met niet al te veel wind de volgende proefjes te doen.

 

In de schaduw

De omgeving voelt heel verschillend aan als je in de zon of in de schaduw staat. Op een half bewolkte dag merk je dit regelmatig als een wolk voor de zon schuift en als de zon weer tevoorschijn komt. Je kunt dit effect ook merken als je vanaf een zonnige locatie in de schaduw van een gebouw stapt.

Ga naar buiten en laat de leerlingen beschrijven hoe de omgeving aanvoelt als ze in de zon staan en als ze in de schaduw staan.

De leerlingen kunnen dit nog sterker ervaren door geblinddoekt buiten te gaan staan.

 

Wolken voelen

Aan de temperatuur kun je goed voelen of je in de schaduw van een wolk of in de volle zon staat. Maar kun je ook voelen dat de schaduw van een wolk er aankomt? Ga als volgt te werk:

  1. Ga in de zon staan en wacht tot er een wolk met zijn schaduw aankomt.
  2. Let goed op wat je voelt veranderen vlak voordat de schaduw bij jou gekomen is.

In het Museon

Wat gaan de leerlingen doen?

In de les 'Weer of geen weer' beginnen de leerlingen met behulp van proefjes en fotomateriaal vragen te beantwoorden over het weer. In Nederland hebben we heel afwisselend weer. Wij willen graag weten wat voor weer het wordt. Maar hoe ontstaat wind en neerslag eigenlijk? Wat zegt een wolk over het weer? Hoe ontstaat wind eigenlijk? En hoe weten we wat voor weer het morgen wordt? Zou het niet veel leuker zijn als elke dag de zon schijnt en wie is er nou blij met regen? 

En natuurlijk gaan de leerlingen het weer zelf onderzoeken. Daarvoor gaan de kinderen aan het eind van de les naar buiten.

Tip: Neem een fototoestel mee om foto’s van de kinderen te maken!

Doel van de museumles

Lesdoel: De leerlingen worden zich bewust van de verschillende weertypes, ze krijgen inzicht in oorzaken van wind, regen en andere weertypes en begrijpen wat dit betekent voor de toerist, de schipper en de piloot.

Kerndoel 43: Oriëntatie op jezelf en de wereld > Natuur en techniek. De leerlingen leren hoe je weer en klimaat kunt beschrijven met behulp van temperatuur, neerslag en wind.

Verwerking

Klassikaal

In de volgende acht paragrafen vindt U verschillende manieren van klassikale verwerking bij de museumles 'Weer of geen weer'.

U kunt de eerste vijf paragrafen gebruiken om een weerproject met de klas op te starten. U kunt ook zelf een aantal paragrafen kiezen die u in de klas wilt gebruiken. De paragrafen behandelen de volgende onderdelen.

  1. Het weer waarnemen over een langere periode.
  2. De weersverwachtingen volgen in de krant.
  3. Een windroos maken om de windrichting te bepalen.
  4. Met behulp van de windrichting bepalen waar een hoge- en waar een lagedrukgebied is.
  5. Een regenmeter maken.

De laatste drie paragrafen zijn losstaande projecten:

  1. Waar kan wind voor worden gebruikt?
  2. Invloed van de draaiing van de aarde op het weer.
  3. Wat moet je doen bij onweer?

Individueel

U kunt de leerlingen ook zelfstandig deze en extra verwerking laten doornemen. Hiervoor is een aparte lesmodule gemaakt. Klik hiervoor op onderstaande link.

Verwerking weer of geen weer

Thema 1: Weerman/ vrouw

Hoe doen ze het?

Professionele weermannen en -vrouwen zijn elke dag bezig met het bijhouden van het weer. Wat zij doen en hoe zij dat doen is te zien in het volgende filmpje. ( Het deel dat over het weer gaat, begint op 5:20 minuten.

 

Nieuws uit de natuur.jpg

Word zelf weerman/ vrouw

Met de volgende paragrafen kunnen de leerlingen zelf echte weermannen en weervrouwen worden. Eerst leren ze iets over weerinstrumenten. Vervolgens gaan de leerlingen een aantal opdrachten maken om te ervaren hoe het weer verandert. Als laatste kunnen ze zelf proberen een voorspelling te doen van het weer.

Rechts is ter inspiratie een link te vinden naar een filmpje van Jesper. Een jongen die al vroeg heeft besloten om weerman te worden en elke dag het weer presenteert voor zijn klas.

Het weerstation

Weerinstrumenten

Het Museon heeft allerlei weerinstrumenten in zijn collectie. Sommige van deze instrumenten zijn heel oud en worden tegenwoordig niet meer gebruikt. Maar er zijn ook instrumenten bij die nog steeds gebruikt worden. In de volgende oefening zijn een paar van deze instrumenten te zien.

De onderstaande afbeeldingen tonen weerinstrumenten uit de collectie van het Museon. Wat meten de instrumenten? Sleep het instrument naar het goede vakje.

Rechts is onder het kopje 'informatie' meer te vinden over een aantal van de bovenstaande weerinstrumenten.

Doe het lekker zelf

Nu kunnen de leerlingen weerinstrumenten gaan kopen om het weer te meten. Een andere optie is echter veel leuker: bouw ze zelf!

Rechts staan onder het kopje 'Instrumenten maken' zes links naar een beschijving of filmpje. Hierin wordt steeds beschreven hoe de leerlingen het specifieke instrument zelf kunnen maken.

Weersverandering

Waarnemingen doen

Tijdens de Museonles hebben de leerlingen waarschijnlijk gekeken naar het weer van die dag. Maar hoe verandert het weer gedurende een langere periode? Er valt veel te leren van het weer door het gedurende een langere periode te volgen. De volgende opdracht is dan ook om het weer van de komende periode nauwkeurig te gaan volgen.

De leerlingen kunnen in groepjes het weer van de komende weken gaan volgen. Het vragenformulier dat tijdens de Museon-les gebruikt werd, kan meerdere keren hiervoor gebruikt worden. Als dit gedurende een aantal weken met regelmaat wordt gedaan en in een schema wordt verwerkt, worden de weersveranderingen goed zichtbaar. Door deze activiteit leren de kinderen ook meer over de verschillende typen wolken.

Tip: Meet steeds op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek.

 

Weersverwachtingen

Komt de weersverwachting uit?

In de kranten, op de radio en op tv is elke dag te horen wat de weersverwachtingen voor de komende tijd zijn. Maar kloppen deze verwachtingen nu?

Voor deze opdracht moeten de leerlingen de verwachtingen voor de aankomende periode opschrijven. Noteer de temperatuur overdag en ’s nachts, de windrichting en het weertype. Om te bepalen of de verwachtingen uitkomen of niet, zou dit tenminste vijf weken moeten gebeuren.

U kunt bijvoorbeeld per week een groepje leerlingen uitkiezen die de weersverwachtingen thuis op de televisie (of b.v. teletekst) bijhouden. Kijk vervolgens op de dag zelf, bijvoorbeeld bij het avondnieuws, wat het weer nu echt geweest is. Hoe vaak komt een weersvoorspelling uit?

 

Veranderende verwachtigingen.

Kijk ook eens of de weersverwachtingen voor een bepaalde dag in de loop van de tijd veranderen. Kies hiervoor een dag en kijk in de voorgaande dagen wat het weerbericht voorspelt voor het weer van die dag.

 

Zelf een voorspelling doen

Als de leerlingen alle voorgaande opdrachten hebben gedaan, zijn ze al behoorlijk thuis in het weer. Tijd om zelf een weersvoorspelling te doen!

Laat iedereen opschrijven wat zij denken dat het weer voor de komende drie dagen wordt. Laat de leerlingen dit doen aan de hand van informatie van het weer van de afgelopen dagen. Wie heeft uiteindelijk de beste voorspelling en mag zichzelf de weerman/vrouw van de klas noemen? Ter voorbereiding kun je gebruik maken van de links rechtsonder.

Thema 2: Wind

Opdracht: Windrichting en luchtdruk

Met een windroos (zie paragraaf 'Het weerstation') kunnen de leerlingen bepalen waar de wind vandaan komt. Met deze informatie kunnen de leerlingen bepalen waar een hogedrukgebied en waar een lagedrukgebied ligt. Ga daarvoor als volgt te werk:

  1. Ga met de kinderen buiten staan op een plek waar de wind goed te voelen is.
  2. Laat de kinderen bepalen uit welke windstreek de wind waait.
  3. Ga met de rug naar de wind staan.
  4. Waar is de luchtdruk laag (links van je) en waar is de luchtdruk hoog (rechts van je)? (Waarom dit zo is, is te lezen in de paragraaf 'Draaien') 
  5. Vergelijk de gegevens met een weerkaartje uit de krant of van de link rechts waar ook de lage en hoge luchtdrukgebieden op staan. Let op dat het kaartje voor vandaag geldt. Klopt het een beetje met wat de kinderen hebben bepaald?

 

Hoe zat dat ook al weer?

Wind en luchtdruk, hoe werkte dat ook al weer? In het onderstaande filmpje legt weerman Peter Timofeeff voor de duidelijkheid nogmaals uit wat luchtdruk is en wat dit te maken heeft met wind. Daarnaast laat hij allerlei verschillende instrumenten zien die luchtdruk kunnen meten, zoals het donderglas. (Let op, dit filmpjes is van een iets moeilijker niveau)

 

Wat het effect is van een hogedrukgebied is te zien in het filmpje 'Hogedrukgebieden'

Draaien

Tijdens de les zijn de aspecten die het weer bepalen behandeld. Waarschijnlijk is nog niet ingegaan op de invloed van de draaiende aarde op de wind.

Noord en zuid

Doordat de aarde draait waait de wind in werkelijkheid rond een hoge en een lage luchtdruk. Op het noordelijk halfrond waait de wind tegen de wijzers van de klok in rond een lage luchtdruk, en met de wijzers van de klok mee rond een hoge luchtdruk. Op het zuidelijk halfrond is dat precies andersom (zie afbeeldingen rechts).

Dit verschil komt door het draaien van de aarde. In het filmpje 'Luchtstromen' wordt uitgelegd hoe dit werkt (Zie rechts onder het kopje 'Links')

Opdracht: hoog of laag

Op weerkaarten (in kranten) is dit goed te zien. Verzamel uit verschillende kranten een aantal weerkaarten en vergelijk ze met elkaar. Kijk maar eens of je de hoge en lage drukgebieden kunt vinden.

Orkanen

Als de wind harder gaat waaien dan windkracht 12 spreken we van een orkaan. Met de link 'orkanen' is meer informatie te vinden over orkanen.

Wind gebruiken

Wind wordt veel gebruikt. Met de volgende twee lesjes kunnen de leerlingen kijken wat we zoal met wind doen.

De windmolen

De eerste les gaat over de oude windmolen. De leerlingen gaan zelf een simpel molentje maken. Daarbij krijgen ze vragen over molens en kunnen ze filmpjes kijken die wat vertellen over de werking van de molen.

PDF downloaden: Windmolentjes maken

De windturbine

De tweede les gaat over de windturbine en gaat door op de les over de windmolen. Met een plastic fles kunnen de leerlingen zelf een windturbine nabouwen en deze vergelijken met het windmolentje van de vorige les.

PDF downloaden: De windturbine

 

Deze lessen zijn afkomstig van de website www.gasinbeeld.nl

Thema 3: Regen

Waterkringloop

Het weer zorgt onder andere voor het verplaatsen van water van lage gebieden naar hoge gebieden (zie afbeelding rechts). In het volgende filmpje wordt hier verder op ingegaan.

Kringloop van het water

Maak de cirkel compleet

Hieronder zijn vier plaatjes afgebeeld. Je kunt deze plaatjes verschuiven. Zo kun je een waterkringloop maken.

Begin door een plaatje te kiezen en dit naar het begin te slepen. Vervolgens zet je de andere drie plaatjes in de juiste volgorde. Als je denkt dat de kringloop klopt druk je op OK om te kijken of hij goed is.

Rechts zijn onder het kopje 'Links' meer filmpjes te zien over de waterkringloop. Het filmpje 'Water is continu op reis' gaat wat dieper in op het bovenste filmpje. De ander twee filmpjes leggen op een simpele manier uit hoe regen en sneeuw ontstaan.

Onweer

Hoe ver weg is het?

Als het onweert, kunnen de leerlingen meten hoe ver dit van hen vandaan is. Ze moeten dan tellen hoeveel seconden er zitten tussen de flits en het begin van de donder. Elke seconde die ze tellen staat voor ongeveer een derde kilometer (333 meter). Dus elke drie seconden is een kilometer.

Wat moet je doen?

Wat moet je doen bij onweer? Deze beren laten het zien.

Berenweer

Download het bestand 'Veiligheidstips onweer.doc' (rechts) om te zien wat je het beste kunt doen bij onweer. Dit bestand kan uitgeprint worden zodat het in de klas kan worden opgehangen.

Leessuggesties

Er zijn veel boeken geschreven over het weer. Heel geschikt voor de leerlingen is: 

Van den Berg, M.R. en R van den Berg/ Wolken, wind en water (ISBN 90-266-1189-7)

Alles wat je wilt weten over het weer is de uitdagende ondertitel van dit prachtige weerboek voor kinderen van RTL- weerman Reinier van den Berg. Het bijzonder fraai geïllustreerde boek is vooral gericht op zelf doen en daar kan Reinier over meepraten. Hij is zelf al van jongsaf aan bezig met het weer door zelf waarnemingen te doen en zoveel mogelijk te observeren. Uiteindelijk wist Reinier van zijn hobby zijn beroep te maken en tegenwoordig kent iedere Nederlander de tv-weerman, werkzaam bij Meteo Consult in Wageningen.

Links

 

Meer informatie over het weer? Kijk dan eens op onderstaande sites.

http://player.omroep.nl/?aflID=10784182
Een aflevering van Het Klokhuis over weervrouw Marjon de Hond van het NOS-'Journaal'. Presentatrice Lisa Wade volgt Marjon de Hond op kantoor bij de NOS achter de weercomputer en in de studio en ontdekt dat ze niet alleen voor de tv, maar ook voor de radio weerberichten maakt. Ze komt te weten hoe De Hond het weerbericht maakt en mag ook zelf een keer het weerbericht presenteren in de studio. Sketches met o.a. acteurs Laus Steenbeeke, Martine Sandifort, Pepijn Gunneweg en Sergio IJssel.

www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060209_neerslag01
Een animatiefilm van Schooltv over het ontstaan van neerslag.

 

http://www.knmi.nl/bibliotheek/scholierenpdf/hetkleineproefjesboek.pdf
Opdrachtenboekje van het KNMI 

 

http://weer.pagina.nl
Internetpagina met vele waardevolle verwijzingen.

 

http://player.omroep.nl/?aflID=8253897
Een aflevering van 'Nieuws uit de natuur' over het weer.

 

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060209_cycloon01
Wat zijn cyclonen en hoe ontstaan ze?

 

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101018_wind01
Hoe meet je de wind en wat is de schaal van Beaufort?

Het Museon
De zaal 'Hoogland/ Laagland'

Bij deze les zijn nodig:

  • Digitaal schoolbord
  • Mogelijkheid tot openen van pdf bestanden
  • Mogelijkheid tot afspelen van filmpjes met geluid
  • Mogelijkheid tot het openen van PowerPoint Presentaties

Benodigdheden ballonproefje:

  • Iemand die hard kan blazen
  • Een ballon
Half bewolkte dag met stapelwolken
Uitleg werking luchtdruk
Luchtdruk proef
Proefje met temperatuur
Weerbericht in de krant
Weerbericht op tv
Weersverwachting voor tien dagen
Lagedrukgebied noordelijk halfrond
Lagedrukgebied zuidelijk halfrond
Zelf een windmolen maken
Zelf een windturbine maken