Algemeen

Digitale lesbrief, voorbereidings- en verwerkingsmateriaal bij de Museon-les 'Kleur in de natuur'

In de natuur kun je alle kleuren van de regenboog tegenkomen. Elk diertje en plantje heeft zijn eigen kleuren. Neem bijvoorbeeld de vogel hieronder. In deze les gaan de leerlingen ontdekken wat de betekenis is van deze kleuren.

 

Geelvleugelara, collectie Museon
Geelvleugelara, collectie Museon

Doel van de lesbrief

Deze lesbrief is bedoeld ter voorbereiding en verwerking van de les 'Kleur in de natuur' van het Museon. Deze les is voor groep 3 en 4.

De leerlingen maken kennis met een aantal planten en dieren en de betekenis van de kleuren die deze organismen hebben. Er worden suggesties gegeven voor voorbereidings- en verwerkingsopdrachten voor op school.

Deze lesbrief kan op het digibord getoond worden. U kunt de leerlingen de afbeeldingen en de filmpjes laten zien. De teksten zijn zo gemaakt dat u deze direct aan de leerlingen kunt voorlezen. U kunt ook een selectie maken en dat verder aan de leerlingen vertellen. De opdrachten zijn geschikt om met de hele klas te maken. 

Structuur van de lesbrief

De digitale les bestaat uit vijf onderdelen.

1. Voorbereiding

In dit onderdeel wordt er materiaal aangeboden ter voorbereiding van de Museon-les over kleuren in de natuur. 

2. In het Museon

In dit onderdeel wordt de leerlingen kort verteld wat ze gaan doen tijdens de les in het Museon.

3. Verwerking

In dit onderdeel wordt de stof over kleuren in de natuur, die in het Museon behandeld is, verder uitgediept met tekst en opdrachten. Daarbij worden verdere suggesties aangeven voor de verwerking op school van de Museon-les. Dit kan zijn in de vorm van opdrachten, filmpjes of knutselideeën. Voor ieder wat wils.

4. Leessuggesties

Hier zijn een aantal suggesties te vinden over boeken, informatief en verhalend, die de leerlingen zouden kunnen lezen.

5. Links

In dit onderdeel staan een aantal websites genoemd die verdere informatie over het onderwerp van de Museon-les geven.

Inhoud museumles

Kleuren hebben bij ons vaak betekenis, denk maar aan de kleuren van een verkeerslicht of verkeersborden. Wij kennen rood als de kleur van gevaar of van verboden, de kleur groen betekent: veilig. Mensen die aan de weg werken hebben fel oranje vesten aan om op te vallen. Soldaten dragen camouflagepakken omdat ze juist niet willen opvallen.

Ook in de natuur hebben kleuren een betekenis. Een broedende wilde eend heeft haar bruine schutkleur om niet op te vallen. Een mannetjespauw wil met zijn kleurige staartveren juist de aandacht van de vrouwtjes trekken. Weer andere dieren willen met hun kleuren hun vijand afschrikken. Met kleuren kunnen dieren en mensen elkaar iets duidelijk maken.

Voorbereiding

In de volgende vijf onderdelen zijn verschillende klassikale voorbereidingsmogelijkheden voor de Museon-les ‘Kleur in de natuur’ te vinden. Deze vijf paragrafen zijn verdeeld in twee thema's.

Thema 1: Voorbereiding Museon-les

De eerste vier onderdelen gaan over het gebruik van kleur door mensen en door dieren. Met behulp van informatie, vragen en opdrachten kan in de klas een korte voorbereiding gegeven worden over de stof die tijdens de Museon-les behandeld wordt.

Thema 2: Project

Het laatste onderdeel, 'Een klas vol dieren', is een project. Met dit project gaan de leerlingen gezamenlijk een werkstuk maken over kleuren in de natuur. Het project bestaat uit twee delen. Het eerste deel kan alvast voor de Museon-les gedaan worden. Het tweede deel is onderdeel van het verwerkingsmateriaal, dat verderop in deze lesbrief staat en kan pas na de Museon-les gemaakt worden. In dat deel wordt namelijk de kennis gebruikt die de leerlingen opdoen tijdens de Museon-les.

Introductie

Overal om je heen zie je kleuren. Op gebouwen, op auto´s, op fietsen, op verkeersborden en ook jij draagt met je kleding allemaal kleuren. Die kleuren heb je aangetrokken toen je vanmorgen opstond.

De natuur

Hoe zit dat nou in de natuur? Dieren hebben geen kleren aan. Ze moeten het doen met de kleuren van hun lichaam. Maar waarom heeft een dier nou juist die kleuren en niet andere? Tijdens deze les gaan de leerlingen ontdekken wat de betekenis is van kleuren in de natuur.

 

Steeds een andere kleur

Er zijn dieren die elk moment van kleur kunnen veranderen. Alsof ze ineens een ander jasje aantrekken. Kijk maar naar het dier in het volgende filmpje.

 

Betekenis

Kleuren hebben vaak een betekenis. Een goed voorbeeld hiervan is het stoplicht. Door de kleur die het stoplicht aangeeft weten we wat we mogen doen: doorgaan, opletten of stoppen.


Jouw kleuren

Vraag aan de leerlingen

Waarom heb je vandaag kleding met deze kleuren aangetrokken?

Maar kleur heeft niet altijd dezelfde betekenis. Als je een rode trui aantrekt, wil je niet dat iedereen voor je neus stil gaat staan.

 

 


 

Opvallen

Vraag aan de leerlingen

Wie van de leerlingen valt door zijn kleuren nu het meest op?

En wie het minst? 

En waarom vallen zij juist zo veel/weinig op?

De kleur van je kleding kan wel andere effecten hebben. Zo kan kleur ervoor zorgen dat je opvalt of juist niet opvalt.

groep5-6.jpg

Kleuren bij mensen

Met kleding kunnen mensen ervoor zorgen dat ze opvallen of juist niet opvallen. Dat kan heel handig zijn. Kijk maar eens naar de volgende mensen.

Welke van onderstaande mensen dragen kleding met opvallende kleuren en welke met onopvallende kleuren? Sleep de plaatjes naar het juiste vakje.

Kleuren bij dieren

Ook bij dieren zie je verschillende kleuren. Sommige dieren vallen hierdoor juist op, andere zijn bijna onzichtbaar. Kijk maar naar de onderstaande dieren en sleep ze naar het juiste vakje.

 

Een klas vol dieren - deel I

Dieren zijn niet alleen leuk om te zien, maar je kunt ook heel veel van ze leren. Zo kun je met dieren bijvoorbeeld veel leren over kleuren. Met het onderstaande project gaan de leerlingen een heleboel dieren de klas in brengen en gaan ze op onderzoek uit naar hun kleuren. Wat voor kleuren hebben ze en waarom hebben ze deze kleur?

Het project

In dit project maken de leerlingen gezamenlijk een werkstuk. Eerst verzamelen ze zoveel mogelijk dieren , waarna ze hun kleuren gaan bekijken. Met de kennis die ze tijdens de Museon-les opdoen, gaan ze vervolgens aan de slag om de betekenis van die kleuren te achterhalen. Uiteindelijk zal elke leerling ook een individueel werkje produceren over één van de dieren. Met die informatie kan dan een aantal posters gemaakt worden waarop het eindresultaat tentoon wordt gesteld.

Het project bestaat uit vijf onderdelen. Hieronder staan de eerste twee onderdelen beschreven. Deze dienen ter voorbereiding op de Museon-les. De andere drie onderdelen staat beschreven onder 'Verwerking´ en worden na de Museon-les gedaan.

Deel 1) Dieren verzamelen

Dieren zie je overal! Niet alleen buiten, maar ook op televisie en het internet en in bladen, tijdschriften en kranten.

Verzamel met de hele klas zoveel mogelijk beeldmateriaal van dieren. Je kunt verschillend beeldmateriaal hierbij gebruiken:

  • Knip foto's uit oude bladen en tijdschriften.
  • Zoek op internet naar plaatjes van dieren en print ze uit.
  • Maak zelf foto's van dieren uit de buurt en druk deze af.
  • Teken een dier na en kleur hem zo echt mogelijk in.

Schrijf vervolgens op elk plaatje de naam van het dier.

Let op! Probeer zoveel mogelijk verschillende dieren te vinden. En let er op dat het beeldmateriaal in kleur is.

Deel 2) De voorselectie

Verdeel nu de dieren in drie groepen. Doe dit door de leerlingen te vragen waar zij denken dat het dier bij hoort. De meeste stemmen tellen, maar als de meningen verdeeld zijn dan gaat het dier in de laatste groep.

  1. Dieren met opvallende kleuren
  2. Dieren met onopvallende kleuren
  3. Twijfel

Let op! Zorg ervoor dat de dieren nog opnieuw ingedeeld kunnen worden. Plak ze dus niet vast. Na de Museon-les gaan we door met deel twee van dit project.

In het Museon

Wat gaan de leerlingen doen?

Aan de hand van opgezette dieren uit de collectie denken de leerlingen eerst zelf na over kleuren bij dieren. Waarom heeft een vrouwtjeseend bruinige tinten en is het mannetje mooi gekleurd? Waarom heeft het lieveheersbeestje zulke felle kleuren? En waarom is de kameleon zo moeilijk te vinden? Aan de hand van veel vragen aan de groep komen verschillende betekenissen van kleuren aan bod.

Vervolgens gaan de leerlingen in groepjes opdrachten uitvoeren met opgezette dieren uit de collectie, gekleurde zonnebrillen en foto's. Die opdrachten gaan dieper in op schutkleuren, pronkkleuren, schrikkleuren en waarschuwingskleuren.

Doel van de museumles

Lesdoel: De leerlingen hebben na de les meer inzicht gekregen in de functies die kleuren kunnen hebben in het dierenrijk.

Kerndoel 40: Oriëntatie op jezelf en de wereld > Natuur en techniek. De leerlingen leren in de eigen omgeving veel voorkomende planten en dieren onderscheiden en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun leefomgeving.

Kerndoel 41: Oriëntatie op jezelf en de wereld > Natuur en techniek. De leerlingen leren over de bouw van dieren en over de vorm en functie van hun onderdelen.

Verwerking

In de volgende zes onderdelen vindt u verschillende klassikale verwerkingsmogelijkheden bij de Museon-les ‘Kleur in de natuur’. Deze onderdelen zijn verdeeld in drie thema's

Thema 1: Kennisquiz

Wat is dat voor kleur?: Quiz waarmee de leerlingen zien wat ze in het Museon geleerd hebben.

Thema 2: Verwerkings- en verrijkingsmateriaal over schutkleur

Doen alsof: Sommige dieren bootsen iets anders na om niet op te vallen. Wat doen de volgende dieren na?

Seizoenskleuren: Andere dieren veranderen eens in de zoveel tijd van kleur. Waarom doen zij dat?

Variatie: Ook zijn er dieren die binnen hun eigen soort van elkaar verschillen. Wat kan het voordeel hiervan zijn?

Huidskleur: Bij mensen zijn er ook kleurverschillen, zoals bij onze huidskleur. Waarom zijn deze verschillen er?

Thema 3: Klassenopdracht

Een klas vol dieren - Deel II Het vervolg op deel I uit het voorbereidingsmateriaal.

Quiz: Wat is dat voor kleur?

In het Museon hebben de leerlingen kennis gemaakt met verschillende manieren van het gebruik van kleur in de natuur. Dit waren:

  • Schutkleur
  • Waarschuwingskleur
  • Afschrikkleur
  • Pronkkleur

Met de volgende quiz kunnen de leerlingen testen of ze dit hebben begrepen.

 

Doen alsof

Sommige dieren en planten hebben een schutkleur waardoor zij in hun omgeving niet opvallen. Er zijn ook dieren en planten die nog een stapje verder gaan. Zij zien eruit als iets wat ze niet zijn.

Nepwesp


Wist je dat...

Doen alsof je iets anders bent wordt in de natuur ook wel mimicry genoemd

In het Museon hebben de leerlingen al de zweefvlieg gezien (zie afbeelding rechtsboven). Door zijn kleuren en zijn lichaamsvorm lijkt hij erg op een wesp. Maar anders dan een wesp kan hij niet steken. Mogelijke vijanden weten dit niet en vallen hem dus ook niet aan.

Wat ben ik?

Niet alleen de zweefvlieg maakt gebruik van dit trucje. Ook andere dieren "kennen" het.Kijk maar eens hieronder.

Is dit een lieveheersbeestje? Klik op het plaatje.

Seizoenskleuren

In gebieden waar de kleuren van het landschap wisselen met de seizoenen leven dieren die hier op aangepast zijn.

Poolvos

De poolvos is een vos die dicht bij de Noordpool leeft. In de winter, als hier veel sneeuw ligt, heeft de vos een witte vacht. Maar deze vacht verliest hij in de lente als de sneeuw smelt. Hij krijgt dan een grijsbruine vacht.

 

Poolvis in de winter
Poolvis in de winter

Kokmeeuw

De kokmeeuw verandert ook van kleur, maar doet dat niet over zijn gehele lichaam. De kop van deze vogel is het gehele jaar door grotendeels wit. Wel heeft hij dan twee donkere vlekjes in de vorm van een koptelefoontje. Tijdens het broedseizoen is zijn kop echter volledig donkerbruin gekleurd.

Kleurverschillen

Sommige dieren zijn er in verschillende kleuren. Wat is nu het voordeel voor een dier als het in verschillende kleuren bestaat? Om daar een antwoord op te vinden, kijken we naar een vlindertje: de berkenspanner

Berkenspanner

Dit witte vlindertje heet de berkenspanner. Deze naam heeft hij niet voor niets. Hij wordt namelijk regelmatig gezien op de stam van een berk.

Een berk is een boom met een witte stam en witte takken (zie afbeelding rechtsboven). Omdat de boom net zo wit is als de vlinder, is de vlinder vaak moeilijk te vinden als deze op een berk zit. De berkenspanner heeft dan dus een hele goede schutkleur.

Ander kleurtje

Er zijn echter niet alleen witte berkenspanners, maar er bestaan ook zwarte berkenspanners. Deze kom je maar zelden tegen, omdat er niet zoveel van zijn.

Op de middelste foto rechts zijn een witte en een zwarte berkenspanner te zien op een berk. Vergroot dit plaatje door er op te klikken en probeer ze allebei te vinden. Welke zagen de leerlingen als eerste?

De stad

Bij de stad ziet de natuur er een beetje anders uit. Door alle uitstoot van auto's en fabrieken komt er veel zwarte roet op gebouwen, wegen en ook planten te zitten.

Op het plaatje rechtsonder is weer een berk met twee berkenspanners te zien, maar deze berg staat in de stad. Welke berkenspanner zien de leerlingen nu als eerste?

Kleuren bij mensen

Wij mensen hebben ook verschillende kleuren. Sommige mensen hebben een donkerdere huidskleur en anderen een lichtere. Maar die kleuren hebben wij niet om ons te beschermen tegen vijanden. Onze huidskleur heeft een ander functie.

Zonnig en warm

In gebieden met veel zon hebben mensen een donkere huid. Een donkere huid zorgt ervoor dat je niet zo snel verbrandt.

De donkere kleur wordt veroorzaakt door een stofje in de huid: pigment. Donkere mensen hebben dus een huid met veel pigment.

Naast bescherming tegen verbranding zorgt het pigment er ook voor dat je meer warmte verliest. Erg handig als je in een warm gebied leeft.

Koude gebieden

Warmte verliezen is echter niet zo handig in koudere gebieden. In koude gebieden wil je juist warmte zoveel mogelijk vasthouden.

Gelukkig hebben de mensen die in deze gebieden leven meestal veel minder pigment in hun huid. Dit komt doordat de zon hier veel minder schijnt. Pigment wordt in de huid aangemaakt wanneer er zonlicht op de huid komt.

Voor deze mensen is het niet zo'n groot probleem dat ze weinig pigment hebben. Doordat de zon zo weinig schijnt zullen zij niet zo snel verbranden.

Als je een lichte huidskleur hebt en je gaat tijdens een zonnige periode veel de zon in, word je bruiner. Hoe komt dat?

Een klas vol dieren - deel II

Dit is het tweede deel van het project 'Een klas vol dieren'. Aan de hand van de kennis die de leerlingen hebben opgedaan in het Museon gaan zij verder met het beeldmateriaal dat tijdens de voorbereiding van de Museon-les verzameld is.

Deel 3) Kleurbetekenis

In het Museon hebben de leerlingen gezien hoe dieren kleur gebruiken. Ga nu met de klas na in welke categorie elk dier, dat voor de Museon-les verzameld is, valt. De categorieën kunnen dus zijn:

  • Pronkkleuren
  • Schutkleuren
  • Schrikkleuren
  • Waarschuwingskleuren

Als er twijfels is over een dier, stop deze dan in een vijfde categorie: Twijfel. Deze worden gebruikt in de vierde opdracht.

Deel 4) Ieder een dier

Laat elke leerling een werkstukje maken over één van de dieren. Ze kunnen met behulp van internet en/of boeken meer informatie zoeken over het dier. Laat de leerlingen vooral kijken of ze iets kunnen vinden over de kleur van de dieren. Zorg ervoor dat alle dieren uit de categorie twijfel in ieder geval aan bod komen. Probeer er op deze manier voor te zorgen dat alle dieren die de leerlingen hebbenverzameld in één van de bovenstaande vier categorieën komen te staan.

Deel 5) Tentoonstelling

Als alle dieren zijn verdeeld maak dan vier posters, voor elke categorie één. Deze kunnen in de klas of op de gang gehangen worden, zodat de leerlingen af en toe nog eens kunnen kijken naar de dieren en hun kleuren.

Leessuggesties

 

Er zijn veel boeken geschreven over kleuren in de natuur. Hieronder een aantal suggesties:

Van Kop tot staart - H. Post
De dierenwereld blijft verbazen. De schrijver, jarenlang werkzaam in Diergaarde Blijdorp, neemt je mee in het rijk der dieren en verrast je met talloze weetjes en interessante feiten. Wist je bijvoorbeeld dat een glimworm haar achterlijf als een lampje kan laten gloeien om een partner te lokken? Dat ooievaars als het heel warm is soms over hun poten poepen om af te koelen? En dat een hyena kan lachen? Vanaf ca. 9 jaar. Het deel van dit boek dat over schutkleur gaat staat online: Ogen bedrogen. ISBN 9056374095

Dieren en hun schutkleur - S. Parker
Dit boek uit de reeks 'Moet je kijken' geeft een beeld over dieren en hun schutkleur op een interessante en begrijpelijke manier voor kinderen van ongeveer tien jaar en ouder. Basisbegrippen worden uitgelegd en toegelicht met tal van voorbeelden. Veel foto's en tekeningen vergezellen een duidelijke tekst. ISBN 9027633118

Links

Meer informatie over kleur in de natuur? Kijk dan eens op onderstaande sites.


Waarom hebben dieren een schutkleur?
Film van studenten van een hogeschool. De opdracht was om kinderen te vertellen waarom dieren schutkleuren hebben.

Camouflage
Camouflage op een simpele en leuke manier uitgelegd door een student.

Het Museon

Bij deze les zijn nodig:

  • Digitaal schoolbord
  • Mogelijkheid tot openen van pdf bestanden
  • Mogelijkheid tot afspelen van filmpjes met geluid
  • Mogelijkheid tot het openen van PowerPoint presentaties
Tijdschriften
Tekening
Uitleg over betekenis van kleuren
Kleurentolletjes
Kleurenbril
  Fir0002 / CC
Zweefvlieg
  Foto J. Kokorev
Poolvos in de zomer
  Door Arnstein Rønning
Kokmeeuw in de winter
  Door Mhaesen
Kokmeeuw in de zomer
Een berkenbos
  Door: Martinowksy
Witte en zwarte berkenspanner op een berk in de natuur
Zelfde berkenspanners, maar nu op een berk in een stedelijk omgeving
Verschil in huidskleur

Het Museon wil hier een aantal foto's plaatsen van klassen die dit project hebben gedaan. Mocht uw klas hierbij willen staan, stuur dan een aantal foto's op die tijdens het project zijn gemaakt. U kunt dit sturen naar bvarkel@museon.nl